Het Internationaal Danstheater (IDT) is voor het merendeel van subsidie afhankelijk. Het fonds voor podiumkunsten heeft in 2008 bij de subsidieverlening voor de jaren 2011 en 2012 bedongen dat het IDT een goedgekeurde begroting en een be-leidsplan indient. Het IDT had in 2009 meer dan tweehonderdduizend euro tekort en ook voor 2010 wordt een tekort voorzien. De ondernemer stelt een blauwdruk op die de goedkeuring krijgt van het fonds. Dit komt erop neer dat van de 41 fte er 10 vervuld blijven worden met vast personeel en dat de overige personeelsleden ontslagen worden. Per productie zal voortaan worden bekeken welk personeel nodig is en die zullen een tijdelijk arbeidscontract krijgen. Op het moment van het besluit is er nog geen sociaal plan. Tijdens de zitting bij de ondernemingskamer (OK) ligt er een voorstel met een vergoedingsfactor van 0,25 maandsalaris. De leden van FNV KIEM wijzen dit af.
Ondernemingskamer
De OK onderschrijft het bezwaar van de or dat de continuïteit van IDT ernstig in gevaar komt niet. Met het creëren van de functies artistiek logistiek coördinator en artistiek intendant wordt de artistieke continuïteit voldoende geborgd. De OK wijst de bezwaren mede af, omdat hij aanneemt dat het fonds in dit besluit geen aanleiding zal zien de subsidiëring vanaf 2012 te continueren. De juridische en praktische bezwaren van de or tegen het besluit worden ook afgewezen. Hoewel niet helemaal conform de spelregels van het afspiegelingsbesluit wordt gehandeld, gaat de OK ervan uit dat het besluit rechtens uitvoerbaar zal zijn.
Ook het feit dat na elke productie de dansers mogelijk niet meer beschikbaar zijn voor het IDT wordt niet als een onoverkomelijk bezwaar gezien, omdat de ondernemer aangeeft dat hij in ruim voldoende mate wordt benaderd door dansers die voor IDT willen werken. Ten aanzien van de sociale gevolgen oordeelt de OK dat het sociaal plan dat bij de mondelinge behandeling wel bekend was, niet als kennelijk onredelijk kan worden beschouwd gezien de zeer slechte situatie waarin IDT verkeert. De ondernemer heeft het alternatief van de or voldoende weerlegt.
Commentaar
Deze zaak heeft betrekking op een vergaand besluit: het veranderen van een onderneming met vast personeel in een die voor driekwart uit tijdelijk personeel gaat bestaan. De bezwaren van de or worden door de OK allemaal verworpen. Het feit dat het alternatief van de or niet haalbaar wordt geacht door de ondernemer en de OK speelt hierbij een belangrijke rol. De toetsing van het sociaal plan, zowel wat de gevolgde procedure betreft als de inhoud ervan, vindt op marginale wijze plaats. Hierdoor blijft het te veel gissen waarom de karige vergoeding, het niet bereiken van een akkoord met de vakbond en het niet voorhanden zijn van het (concept-)sociaal plan op moment van advisering door de or toch door beugel kunnen.
De OK maakt zich hier wel erg makkelijk van af, juist nu deze uitspraak maar voor een deel in lijn is met eerdere rechtspraak.
Ondernemingskamer, 9 november 2010, LJN: BO3380
Loe Sprengers is advocaat bij het Advokatenkollektief te Utrecht en hoogleraar aan de Universiteir van Leiden
Meer interessante en relevante jurisprudentie vindje in Rechtspraak voor Medezeggenschap.












