Niet nog harder remmen
Jarenlang was de Nederlandse economie de leider van het Europese peloton. Vooral in de jaren negentig van de vorige eeuw deed Nederland het heel goed. Wij groeiden sneller dan bijvoorbeeld Duitsland en Frankrijk. Duitsland had last van de hoge kosten van de integratie van Oost-Duitsland en Frankrijk tobde met een starre arbeidsmarkt en hoge loonkosten. In Nederland daarentegen hadden we de loonkosten goed in de tang. Werkgevers en werknemers polderden er lustig op los, waardoor de loonkosten maar beperkt stegen. Ons land profiteerde nog van een aantal andere voordelen. Steeds meer vrouwen gingen werken of breidden hun dienstverband uit. Daarnaast consumeerden we de overwaarde die in onze woningen zat. Huizenbezitters gaven tweede hypotheken en zetten de vrijgemaakte middelen in voor consumptie. De aanhoudende stijgingen van aandelenkoersen gaf de consumptie nog eens een extra impuls. Ook langs andere kanalen stimuleerden de financiu00eble markten de economie. Omdat de koersen van zowel aandelen als obligaties stegen, namen de reserves van de pensioenfondsen snel toe. De premies konden omlaag of werden zelf helemaal niet betaald. Het feest was compleet.