Op een donderdagochtend in maart deelt Frans Joosstens met een glinstering in zijn ogen zijn visie op het vakgebied. Ondertussen lopen studenten, docenten en bezoekers als in een bijenkorf in en uit het hoofdgebouw aan het Johanna Westerdijkplein.
1. Binnenkort trekt u na 40 jaar de deur achter u dicht. Hoe kijkt u terug op uw carrière?
Ik ben in maart 1986 begonnen bij De Haagse Hogeschool. Toen heette de opleiding Facility Management nog Toegepaste Huishoudwetenschappen en was er onderscheid in groot huishouden (management van organisaties) en klein huishouden (gericht op voorlichting geven bij bijvoorbeeld een woningbouwcorporatie). Ik ben daar begonnen als praktijkondersteuner van de opleiding, helemaal onderaan de ladder. Intern heb ik de opleiding bestuurskunde overheidsmanagement gevolgd, afgesloten met een master in Leiden. Uiteindelijk kon ik rustig opklimmen tot hogeschooldocent aan De Haagse Hogeschool. Ik kwam veel in het werkveld, bezocht instituten, beurzen en bracht stagebezoeken aan diverse bedrijven. Mijn afstudeerders gaven mij altijd veel terug over de trends in het vakgebied. Never a dull moment.

2. Hoe heeft u het vakgebied FM zien ontwikkelen?
In de loop der tijd heeft het vakgebied zich steeds meer kunnen ontwikkelen op het gebied van bedrijfsvoering. De onderwijsvormen groeiden ook mee. Vroeger leerden we studenten de basiskennis van biologie, natuurkunde en chemie. En hadden we laboratoria, waarin we proeven deden. Dat vonden we belangrijk om ze kennis bij te brengen over o.a. hygiëne, energiegebruik en de schoonmaakprakijk. In 1995 heb ik het praktijkonderwijs stapsgewijs weggesaneerd, want het bleek steeds minder aan te sluiten bij de vraag uit de markt. Iets wat bij het praktijkonderwijs hoorde was bijvoorbeeld een groot bedrijfsrestaurant waar je vaardigheden rondom banqueting en catering kon opdoen. Het was heel levendig en leuk en gezellig. Dat paste helaas niet meer in het onderwijs en de onderwijsomgeving verplaatste zich uiteindelijk meer buiten de school. Het beroep kun je in mijn ogen niet simuleren, maar moet je buiten de deur ervaren. Als studenten terugkomen van hun stage, zijn het ook hele andere mensen geworden. Dan zijn ze gegroeid door wat ze in organisaties hebben gezien en meegemaakt.
3. Hoe heeft uw visie op het vakgebied zich ontwikkeld gedurende de jaren?
Mijn visie heeft zich in al die jaren gevormd door de verbinding die ik zocht met de facilitaire branche en het waardevolle contact met gastdocenten en stagiaires en hun begeleiders. Vroeger gaven we veel lessen in het eigen vakgebied en doceerde ik voornamelijk huisvestingsvakken. Nu hebben we thematisch onderwijs, zoals ‘FM & de samenleving’ en daar doceren we veel meer integraal over onze eigen vakdisciplines heen. In dit thema leren we studenten te kijken naar de ontwikkelingen om ons heen en dat je begrijpt welke gevolgen dat heeft voor de organisaties en hoe FM haar dienstverlening bij moet sturen op haar processen. We laten de studenten analyseren en kansen en bedreigingen formuleren. Een van onze beste en meest uitdagende modules is Integraal Facility Management, waarin we facilitaire toppers zoals Maurice Verwer en Rogier Verbeek van toonaangevende bedrijven als gastspreker uitnodigen voor een masterclass. Ik heb de meeste van die gastsprekers ooit in de klas gehad. Mooi om dan nu van hen te leren.
4. Wat is de mate van innovatie geweest op het vakgebied volgens u?
De strategische vaardigheden in FM zijn meer ontwikkeld de afgelopen jaren. Vroeger was het meer gericht op bepaalde operationele vaardigheden en groeide een ‘Hoofd Keuken’ door naar ‘Hoofd Facilitair’. Diegene was goed in de logistiek en catering, maar de meer strategische vaardigheden waren minder ontwikkeld. Ik heb in het curriculum-commissie gezeten om te adviseren over de onderwijsvormen en de leeruitkomsten. Ook leren we de studenten hier veel over inkoop en over duurzaamheid. Zo zijn alle SDG’s vervlochten in ons onderwijs. Het onderwijs is nu meer toegespitst op de creatie van toegevoegde waarde voor een organisatie.
Het onderwijs is nu meer toegespitst op de creatie van toegevoegde waarde voor een organisatie”
Technologie is daarin soms een mooi woord, maar wat ik belangrijker vind is begrip van de knelpunten die we zien in de technologie van installaties bijvoorbeeld. In het onderwijs heb ik uit verschillende bronnen geput, zoals de Leesman-index. Dat is fantastisch materiaal om met studenten te delen. Als docent FM ben je eigenlijk een brononderzoeker die overal informatie vandaan haalt en voel je je soms net een roofdier.
5. Welke onderzoeken van de Haagse Hogeschool en die waar u aan hebt bijdragen, zijn van invloed geweest op het vakgebied en waarom?
Ik heb zelf via lectoraten onderzoek gedaan naar comfort en energiegebruik. Wat zijn de effecten van het binnenklimaat op de prestaties van de gebruiker? We hebben hier meerdere Living Labs opgezet. Samen met mijn collega toen, Rachel Kuijlenburg, die een onderzoeksbeurs had binnengehaald hebben we op basis van onze resultaten een schitterende publicatie neergezet over hoe je toe kunt werken naar een meer circulaire bedrijfsvoering. Die ontwikkelingen op het gebied van afvalscheiding bijv. gaan langzaam. Het is met verduurzaming vaak twee stappen vooruit en weer één achteruit, maar we leren van onze fouten. We zijn hier samen begonnen om een smart building te maken. Daar hebben we verrassende inzichten gekregen over hoe laag de bezettings- en benuttingsgraden van verschillende ruimtes zijn en waar de knelpunten zich voordoen in het comfort.
6. Wat zou u aan de volgende generatie facility managers willen meegeven?
Je informatiesysteem is heilig en pas op met al die formulieren en bureaucratie. Ik ben hier begonnen met een Commodore 64 (een van de eerste computers) en beschik tegenwoordig over toegang tot oneindig veel informatie. Ik geloof dat big data onze rijkdom is. Want als je die kunt analyseren, trends kunt herkennen, kun je ook zoveel beter sturen op je processen, op je energieverbruik en op je comfort.
Probeer integraal te kijken om uiteindelijk de goede sturingsvraag te kunnen stellen”
Toen ik daar onderzoek deed kwam ik automatisch uit op gebouwbeheersystemen en FMIS-systemen. Ik kwam tot de ontdekking dat deze systemen maar deels werden gebruikt en ook onderling niet met elkaar praten. Daardoor kun je de toegevoegde waarde er niet uithalen om uiteindelijk boven het niveau van klachten en storingen uit te stijgen. Mijn advies is: probeer integraal te kijken om uiteindelijk de goede sturingsvraag te kunnen stellen.
7. Wat denkt u dat facility management in de toekomst nodig zal hebben, gezien de huidige maatschappelijke uitdagingen? Welke vaardigheden passen daarbij in uw ogen?
We mogen wel wat dankbaarder zijn in de westerse wereld, er wordt zo veel geklaagd, kijk ook eens hoe goed we het hebben. Zorg dat je minder vluchtig naar de maatschappelijke ontwikkelingen kijkt, zoals het klimaat, thuiswerken, kantorenleegstand en netcongestie, schenk daar voldoende aandacht aan en zoek samen naar oplossingen. Op bepaalde hotspots, zoals op de Zuidas, gebeuren goede dingen en daar trakteer ik mijn studenten graag op, maar vergeet de achterhoede niet van organisaties die ook maatregelen kunnen nemen alleen vaak daartoe niet in staat zijn. Probeer de lange termijnontwikkelingen in de gaten te houden en minder paniekvoetbal te spelen.
Als ik hier op maandagochtend kom, word ik vaak begroet door de lichtsensor”
Tot slot het sociale aspect. Ik zie een afname van het community-gevoel en dat vind ik jammer. Mensen gaan vroegtijdig naar huis voor allerlei legitieme redenen. Als ik hier maandagochtend op onze gezamenlijke werkruimte kom, word ik vaak begroet door de lichtsensor. Zorg dat je, ook in het onderwijs, niet alleen maar kennis overbrengt, maar zoek de dialoog, dus ook elkaar, op.
8. Wat zijn memorabele momenten in de samenwerking geweest met anderen die u koestert?
Ik heb veel waardevolle contacten opgedaan, de studenten zijn mij blijven inspireren en ik ervaar daardoor verbinding als een belangrijk goed. Ik heb als opdrachtgever van verschillende studentenprojecten veel leuke momenten meegemaakt. Zoals toen we prijzen wonnen met BIM. Met dat onderzoeksproject over de kansen en mogelijkheden zaten we vooraan in de markt. Dan glim ik van trots als studenten boven zichzelf uitstijgen. Maar ik heb ook genoten van de vele gastsprekers, zoals oud-studenten Yvette Watson en Alicia Biekram en FMN-expertgroep "Duurzaam & Sociaal"-voorzitter Rob Klinkert, die de motor in de branche op belangrijke thema’s draaiende houden, door positiviteit in hun verhaal mee te nemen.
9. Wat zijn de plannen na uw pensionering? Blijft u nog actief in het veld?
Ik zit aan het einde van mijn loopbaan, maar word nog steeds gevraagd voor allerlei zaken. Ik kan niet zo lang stilzitten, dus ik ga zeker veel ondernemen. Na 45 jaar onderwijs is mijn werk gelukkig nog steeds boeiend. Half april ga ik op reis en daarna ga ik in de deeltijdopleiding nog wat uurtjes per week aan de slag voor de Haagse Hogeschool. Mijn rol in het Expertteam Duurzaam & Sociaal van FMN neemt mijn collega Jacques Curie straks over.










