Arbo, net als Facto een uitgave van VMN Media, sprak Helen Pluut, onderzoeker Organisatiegedrag bij Universiteit Leiden. Pluut doet al lange tijd onderzoek naar flexibel werken en de privé-werkbalans. Pluut merkt dat een deel van de werkgevers weer wil dat medewerkers op kantoor aanwezig zijn. Pluut licht dit toe: ‘Dit heeft te maken met een hardnekkige bias over thuiswerken. We hebben het gevoel dat mensen thuis minder werken: hierdoor ontstaat een behoefte aan controle. Werkgevers willen met hun eigen ogen zien dat iemand uren maakt.’
Uit onderzoek blijkt dat mensen graag twee à drie dagen per week naar kantoor willen komen, aldus Pluut.
Flexibiliteitsparadox
Een aandachtspunt dat niet los van hybride werken kan worden gezien is de flexibiliteitsparadox. Pluut stelt dat het geven van flexibiliteit aan medewerkers goed is voor de productiviteit en voor hun welzijn. Echter heeft dit ook een keerzijde: ‘Medewerkers gaan harder werken, meer multitasken en veel meer aan werk denken buiten werktijden om. Deze ‘vervaagde grenzen’ gaan ten koste van welzijn. Dit is niet vol te houden: we buiten onszelf als het ware uit.’
Volgens Pluut is overwerken in veel gevallen genormaliseerd en zijn lange werkdagen de standaard. ‘Dit kun je veranderen door mensen die de werk-privébalans op orde hebben expliciet te steunen en te omarmen. Daarnaast kan het recht om onbereikbaar te zijn dit ook ondersteunen. Sommige bedrijven verwijderen bijvoorbeeld tijdens je vakantie standaard je mails. Het principe van uitstaan als werknemer is erg belangrijk,’ stelt Pluut.
Actief beleid, duidelijke afspraken, heldere bedrijfscultuur
Een flexibele basis leggen voor hybride werken, doe je volgens Pluut door duidelijke afspraken te maken en actief beleid te voeren. Verder is de bedrijfscultuur een belangrijk element. Voorbeeldgedrag en steun van leidinggevenden spelen een cruciale rol: ‘De houding van leidinggevenden is bepalend voor hoe mensen werken en in hoeverre zij zich vrij voelen om af en toe thuis te werken.’
De toekomst van hybride werken
De potentie van hybride werken is volgens Pluut ongekend, maar toch moeten we kritisch zijn: ‘Flexibel werken kan huidige problemen als werkdruk en genderongelijkheid uitvergroten. Het is belangrijk om stil te staan bij de context waarin we werken, hoe werkgevers en collega’s ermee omgaan en ook hoe we onze hybride werkweek zelf indelen.’
Tot slot moet er een knop worden omgezet voordat hybride werken de nieuwe standaard kan zijn. ‘Bedrijven moeten begrijpen dat hybride werken kan bijdragen aan een goede werk-privébalans. En dat het op de lange termijn ook in hun belang is als medewerkers niet te veel werken,’ vertelt Pluut.






