Steeds meer bedrijven stappen over op een twee-lagenstructuur voor de medezeggenschap (COR en OR) in plaats van een structuur met COR, GOR en OR.
Ook is er een trend om de centrale ondernemingsraden kleiner en daarmee efficiënter te maken. Dit is gebleken uit een enquête onder de 43 leden van het MNO, het multinationale OR-platform.
De resultaten werden afgelopen donderdag gepresenteerd op het jaarlijkse congres van het MNO, op de High Tech Campus van Philips in Eindhoven. Meer bedrijven zijn bezig om de kwaliteit van de medezeggenschap te verbeteren. Oorzaken zijn onder meer het voortdurende tekort aan OR-kandidaten bij verkiezingen, het slechte imago van de OR en het ontbreken van invloed op de strategie van de onderneming. Op verzoek van het MNO had dr. Rienk Goodijk, hoogleraar aan de Universiteit van Groningen, onderzoek gedaan naar de pogingen bij DSM, Campina en Heineken om de kwaliteit van de medezeggenschap te verbeteren. Ook kwam hij met een analyse van de enquête onder de MNO-leden.
De belangrijkste vraag is volgens Goodijk hoe de COR meer invloed kan uitoefenen op de strategie van de onderneming. Een brandende kwestie daarbij is de kwaliteit van de COR-leden. In de zaal leverde dat later de nodige discussie op. Kan je wel of niet eisen stellen aan de competenties van COR-leden en in hoeverre komt de ‘gewone’ medewerker er dan niet meer aan te pas? Een andere aanbeveling was een sterkere aansturing door het DB van de COR, die de COR-leden zou moeten beoordelen op hun functioneren. Zijn conclusie was dat deze ontwikkelingen slechts moeizaam van de grond komen. Met name het onderling beoordelen ligt bij veel OR-leden nog erg gevoelig. Cruciaal bij deze speurtocht naar meer kwaliteit is de houding van de directie. Die moet bereid zijn om mee te denken en de COR meer ruimte te geven, want anders is elk poging tot meer en betere medezeggenschap gedoemd te mislukken.












