Op de gemiddelde bouwplaats is het een komen en gaan van werknemers. Voor hoofdaannemers is het momenteel niet te doen om na te gaan wie over welke papieren beschikt. Natuurlijk worden er pasjes afgegeven, maar dat zijn er tientallen. Gaat er iets fout met een kraan, dan kost het zowel de aannemer als de Arbeidsinspectie regelmatig veel tijd om te controleren of de werknemer die de kraan bediende het juiste certificaat heeft.
Kan dat niet sneller en beter? Ja, met een digitale kaart die al sinds 2015 in de maak is, weet Hans Crombeen, bestuurder van FNV Bouwen en Wonen. Met de zogenoemde Bouwplaats-ID checkt iedereen die op een bouwplaats werkt elke werkdag in. Zo kan de hoofdaannemer makkelijk zien wie er aanwezig is, voor welk bedrijf diegene werkt en of diegene de juiste certificaten heeft voor specifieke werkzaamheden.
Jaren geleden leek de Bouwplaats-ID wettelijk verplicht te worden. Maar de urgentie wordt bij ambtenaren blijkbaar onvoldoende gevoeld, constateert Crombeen. "Want de enige reactie die we nog krijgen is dat het heel ingewikkeld is."
De geschiedenis van de Bouwplaats-ID
Eerst een stukje geschiedenis. In de cao Bouw & Infra 2015 werd de ontwikkeling van een digitale kaart opgenomen. Zo’n systeem moest de bouwplaats veiliger maken, schijnconstructies en illegale tewerkstelling voorkomen, en de administratieve lasten van werkgevers beperken.
De afspraak was dat de Bouwplaats-ID overal in de bouw verplicht zou worden. Tenminste, als het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de cao-afspraak algemeen bindend zou verklaren. Dan zou het systeem ook gelden voor werkgevers die niet bij een werkgeversvereniging zijn aangesloten. In de jaren die volgden bleek dat de algemeen bindend verklaring van zo’n afspraak juridisch te ingewikkeld. Vakbonden en werkgevers sloegen desondanks de handen ineen om de Bouwplaats-ID te ontwikkelen. De digitale kaart is inmiddels al in een vergevorderd stadium.
Crombeen, ook in 2015 al cao-onderhandelaar namens FNV, vertelt hoe het systeem in elkaar zit. 'We wilden niet allerlei gegevens in een database opnieuw moeten invoeren, dat verhoogt alleen maar de bureaucratie en zou ook privacygevoelig zijn. We doen het efficiënt en veilig en maken gebruik van bestaande data. Een groot aantal zaken moet namelijk al online worden vastgelegd. Bijvoorbeeld welke certificaten iemand heeft. Dus we linken naar bestaande, veilige online omgevingen.'
Hoe werkt de Bouwplaats-ID eigenlijk?
Hoe ziet de Bouwplaats-ID er dan concreet uit? Het is een systeem waarin alle werkenden op een bouwplaats geregistreerd zijn, inclusief hun onderlinge relatie. Bedrijven, zzp'ers en werknemers in loondienst moeten allemaal ingeschreven zijn. In tegenstelling tot nu is er bij toepassing van het systeem dus niet meer voor elke bouwplaats een ander pasje nodig.
Vervolgens krijgen werkgevers en werknemers na het inchecken de voor hen relevante gegevens te zien. Een uitvoerder kan via een kleurensysteem zien of de ingecheckte steigerbouwer het gevraagde VCA of steigerbouwcertificaat heeft. Bij rood is dat niet zo. Bij oranje kan het zijn dat een certificaat binnenkort verloopt. Bij groen is alles in orde. Ook handig voor de werknemer, die zo alert blijft op het verlengen van het certificaat.
Werkgevers krijgen alleen de gegevens te zien die ze echt nodig hebben, benadrukt Crombeen. "Er zullen bijvoorbeeld data in het systeem moeten zitten over de vraag of iemand rechtmatig werkzaam is. De werkgever krijgt dan alleen te zien of die persoon in Nederland mag werken en of diegene aan de eisen voldoet voor een specifieke taak. Met welke documenten die persoon is aangemeld, dat krijgt de werkgever niet te zien."
Grote voordelen voor werknemers
De werknemer kan altijd wél bij alle data in de digitale kaart. De Bouwplaats-ID heeft daarmee als groot voordeel voor werknemers dat zij hun rechten makkelijker kunnen afdwingen, zegt Crombeen. Nu kan het voor een ingehuurde bouwvakker heel lastig zijn om verhaal te halen.
"Dat komt mede omdat het voor die bouwvakker soms helemaal niet duidelijk is door wie hij is ingehuurd. Dat willen we met de Bouwplaats-ID beter zichtbaar maken", zegt Crombeen. Wanneer de bouwvakker incheckt, registreert het systeem meteen dat hij op een bouwplaats van bedrijf X is. Dan kan bedrijf X dus bij een klacht niet meer zeggen dat die bouwvakker nooit bij het bedrijf heeft gewerkt.
Zo kan de werknemer bovendien beter aantonen op hoeveel pensioen hij recht heeft. Crombeen: "Er zijn nog weleens bedrijven die geen pensioenpremie afdragen. Voor het pensioenfonds is het heel moeilijk daar zicht op te krijgen, want die bedrijven staan niet altijd geregistreerd bij de Kamer van Koophandel als bouwbedrijf. Als werknemer heb je echter wettelijk recht op pensioen, ook als het bedrijf waarvoor je hebt gewerkt geen premie heeft afgedragen. Maar dan moet je natuurlijk wel kunnen aantonen waar je gewerkt hebt. Mede hierom is de Bouwplaats-ID dus ook in het belang van werknemers."
Geen grote bezwaren tegen invoering
De Bouwplaats-ID was in de jaren na 2015 al snel zo goed als klaar voor gebruik, vervolgt Crombeen. Alle signalen wezen erop dat het ministerie verplicht gebruik in de bouw wettelijk zou gaan regelen. Er was een stichting opgericht die als onafhankelijk coördinerend orgaan zou fungeren. Deze stichting zou dan ook verzoeken om uitgifte van data door bijvoorbeeld de Belastingdienst en de Arbeidsinspectie gaan beoordelen.
Er was ook al onderzoek gedaan door een advocatenkantoor of de Bouwplaats-ID aan alle privacy-eisen zou voldoen. Zo’n privacy-assessment was uiteindelijk een tweede keer nodig, vanwege het ingaan van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Die privacywet werd op 25 mei 2018 van kracht in alle EU-lidstaten. Na dat tweede privacy-onderzoek waren er nog wat openstaande vragen, weet Crombeen. "Zoals: mag er een pasfoto bij de digitale kaart komen of niet?" Maar er waren geen grote bezwaren tegen invoering van de Bouwplaats-ID. Een ICT-bedrijf dat ook grote opdrachten voor de overheid doet, was al bereid gevonden de tool te ontwikkelen.
'En toen hoorden we niets meer'
Toch is de Bouwplaats-ID na tien jaar nog steeds geen praktijk geworden. Dat komt vooral door afwachtende ambtenaren in Den Haag, constateert Crombeen. "Er was budget voor vanuit het ministerie, maar uiteindelijk hebben we jarenlang getrokken aan een dood paard. Steeds vaker kwam er een 'ja maar' of een 'binnenkort' als reactie op vragen van onze kant, en tot slot hoorden we niets meer. Maar de vakbonden en Aannemersfederatie Nederland zijn doorgegaan en gelukkig is brancheorganisatie Bouwend Nederland ook weer aangesloten."
Het lobbyen gaat dus door, ook straks bij een nieuw kabinet. Wel zijn de betrokkenen inmiddels ingehaald door de tijd, met alle technologische vooruitgang. "We moeten dus opnieuw gaan kijken hoe het systeem er concreet uit komt te zien, maar het idee blijft grotendeels hetzelfde", zegt Crombeen.
De focus van de Bouwplaats-ID ligt nog steeds op het laaghangende fruit. "De persoonsregistratie, de bedrijfsregistratie, alles wat daarbij komt kijken, en de veiligheidscertificeringen. Je zou met de huidige techniek met een digitale kaart nog veel meer kunnen doen. Denk aan identificeren bij de klant, urenregistratie, enzovoort. Die opties hebben we trouwens al meteen in het eerste model opgenomen, maar nu is de techniek zo ver dat het nog makkelijker te regelen is. Alleen is het verstandiger te beginnen bij basale zaken die elk bouwbedrijf moet registeren."
Samenwerking en financiering
Belangrijk is verder dat de Bouwplaats-ID kan samenwerken met commerciële initiatieven. Heras Smart Access en Bouwpas zijn voorbeelden van systemen waarmee ook toegang tot de bouwplaats kan worden geregeld. Die bundelen echter alleen gegevens voor die ene specifieke klant. De Bouwplaats-ID wil dat doen voor alle Nederlandse werknemers in de bouw. Maar gebruikt een bouwbedrijf Heras of Bouwpas voor andere registratie, dan moeten de tools wel aan elkaar gekoppeld kunnen worden, vindt Crombeen.
En hoe zit het met financiering? Crombeen: "Er is tot dit moment geen financiële bijdrage aan de overheid gevraagd. Dat was met het ontworpen systeem niet nodig: de financiering daarvan zou komen uit onder meer het O&O-fonds en de bijdragen voor het verkrijgen van een pas. Nu het een wettelijke basis zou moeten krijgen, hebben we het over die oorspronkelijke uitgangspunten niet meer gehad. De kosten van bijvoorbeeld een event bij Nieuwspoort hebben FNV en de Aannemersfederatie samen gedragen."
‘Arboprofessional, spreek je uit’
Arboprofessionals kunnen de betrokken partijen nu al helpen, zegt Crombeen. En wel door na te denken over welke gegevens dan precies inzichtelijk moeten worden. "Spreek je uit, leg je ideeën neer bij je vakbond of vereniging. Ik kan nu nog niets zeggen over verdere concrete stappen, maar werkgroepen gaan er ongetwijfeld komen. Dus sluit je daarbij aan als de tijd rijp is."
Want Crombeen houdt goede moed dat die wettelijke verplichting om de Bouwplaats-ID te gebruiken er toch echt gaat komen. "Er zijn veel goede regels in de bouw, maar waar het steeds mis gaat is dat het zo moeilijk is om te controleren of ze worden nageleefd. Dit plan gaat daar een heel belangrijk verschil in maken."













