Naast de bestaande voor de overheid, komen er slechts nog twee bedrijfscommissies, een voor het bedrijfsleven en een voor de non profit-sector.
Dat is overeengekomen in de Bestuurskamer van de SER, die naast kroonleden bestaat uit vertegenwoordigers van werkgeversorganisaties en vakbonden. ‘Deze zullen het advies aan hun leden voorleggen’, zegt een woordvoerder van de SER. ‘Die moeten allereerst instemmen.’
In 1998 startte de SER al een sanering en werd het aantal van de bedrijfscommissies teruggebracht van 68 naar 25. Het doel was de kwaliteit de verbeteren. Dat is blijkbaar onvoldoende gelukt. Verdere centralisatie kan kennis en professionaliteit van de bedrijfscommissie verbeteren, moet de gedachte van de leden van de Bestuurskamer van de SER zijn. Daarvoor wordt wel afstand gedaan van het ‘behoud van het bedrijfstakgerichte karakter’, een wens die in 2002 nog werd uitgesproken door de SER.
De SER heeft de wettelijke bevoegdheid om bedrijfscommissies in te stellen en stelt regels vast over de samenstelling, de werkwijze en de voorzitter van bedrijfscommissies. De bedrijfscommissie van de overheid valt hier overigens onder het ministerie van Binnenlandse Zaken. Een bedrijfscommissie heeft als belangrijkste taak te bemiddelen en te adviseren in een geschil tussen een ondernemingsraad en een werkgever over de toepassing van de WOR. Zonder advies van de bedrijfscommissie mag een geschil niet aan de rechter worden voorgelegd.
Lees ook het briefadvies van de SER >





