Veel vaders willen best minder werken en meer tijd besteden aan hun kinderen. Maar in 31 procent van de gevallen mag het niet van hun baas en in 35 procent belemmeren de financiële gevolgen hen om de daad bij het woord te voegen. Dat blijkt uit de vaderenquête van Ezeltje Prik, een blad voor ouders met kinderen van nul tot vier jaar.
De financiële consequenties zijn het grootste struikelblok om minder te gaan werken. Van de 439 ondervraagde vaders geeft 35 procent aan dat minder besteedbaar inkomen hen weerhoudt. Overigens heeft ook dat weer verschillende oorzaken. Voor de een wordt de druk van de vaste lasten te hoog, de ander wil juist de luxe van het extra geld niet missen.
Een belangrijk obstakel is de opstelling van de werkgever. In 31 procent van de gevallen blokkeert de werkgever de wens om te minderen. Ook als de werknemer zelf ideeën aandraagt om het ‘ongemak’ voor de werkgever te verminderen, zoals vier keer negen uur gaan werken of meer thuiswerken, wordt dat lang niet altijd geaccepteerd.
Een andere vaak genoemde reden om niet minder te gaan werken is de veronderstelde invloed daarvan op de carrièremogelijkheden. Achttien procent van de vaders denkt dat hun carrière later averij oploopt wanneer zij hun fulltime werkweek zouden terugbrengen naar bijvoorbeeld vier dagen.












