Grote, complexe reorganisaties. Ze zorgen voor veel stress bij personeel, en ook bij de ondernemingsraad. Want die moet vaak snel advies uitbrengen. Hoe zorg je ervoor dat je toch grip op de zaak houdt?
<P>Dat stelt Tineke de Roo, voorzitter van de ondernemingsraad van Albert Heijn en lid van de cor, tijdens de Dag van de Preventiemedewerker. </P> <P>Tussen 1895 en 2014 heeft het winkelbedrijf Ahold de nodige veranderingen gezien. Van de kruideniers waar mensen nog werden bediend, tot de introductie van des elfservice winkels in 1961 en de kanteling naar het gemak van online winkelen die in 2007 definitief een feit was en de zelfscankassa’s die nu in opmars zijn. "Duurzame inzetbaarheid betekent dat je je er bewust van moet worden dat het werk zoals je dat nu kent, verandert. Want de maatschappij vraagt andere dingen", zegt De Roo. "Hoe ons bedrijf er in 2020 uitziet weet ik niet, maar ik weet wel dat er weer de nodige veranderingen zullen zijn geweest. Dat heeft ook gevolgen voor het werk van de kassamedewerkers en voor de mensen in de distributie."</P> <P>Wie een onderwerp als duurzame inzetbaarheid op de agenda wil houden, moet soms een lange adem hebben, weet De Roo uit ervaring. Toen de ondernemingsraad wilde weten hoe medewerkers dachten tot aan hun 67ste gezond en met plezier bij Ahold te kunnen blijven werken, duurde het zes jaar voordat er daadwerkelijk een onderzoek werd uitgevoerd. Toch is het belangrijk om beleid over gezond en veilig werken te baseren op breed onderzoek, stelt De Roo. "Je kunt wel zelf allerlei dingen bedenken over duurzame inzetbaarheid, maar als je dan bij je manager komt, zegt die: ‘Ik heb ook wel eens een ideetje’. Het is heel belangrijk dat je ideeën bij de achterban vandaan komen, dan kun je ze bewijzen en staven met onderzoek."</P> <P>Het voordeel van een dergelijk onderzoek in alle takken van het bedrijf – naast Albert Heijn vallen ook bedrijven als Gall & Gall, Etos en Bol.com onder Ahold – is dat dan blijkt dat het vaak helemaal niet zo moeilijk is om mensen te faciliteren bij het langer gezond werken. De Roo noemt het voorbeeld van Gall en Gall. In de slijterijen werken vaak oudere filiaalmanagers, die het werk bovendien ook vaak alleen doen. Als er op het hoofdkantoor dan een leuke aanbieding wordt bedacht waardoor de klanten drie dagen lang massaal kratten bier komen halen, kan dat een forse aanslag betekenen op het fysieke gestel van de medewerkers, zo bleek uit het onderzoek. De Roo: "Vaak kun je dat oplossen met heel simpele dingen. Je ziet Albert Heijn, Etos en Gall en Gall vaak best dicht bij elkaar zitten. Je kunt dus heel makkelijk een paar jongens van de vulploeg vragen om even te helpen met lossen."</P> <P>Albert Heijn heeft stevige ambities als het gaat om duurzaam personeelsbeleid. En ook daarbij kunnen de uitkomsten van het or-onderzoek worden toegepast. Onlangs maakte het bedrijf bekend in 2016 2000 Wajongers aan het werk te willen hebben. Koppel dat aan het feit dat de meer ervaren werknemers in het onderzoek aangaven dat zij graag als coach willen optreden voor de nieuwkomers die de mores van de winkelvloer nog moeten leren kennen, en de basis voor een buddysysteem ligt er.</P> <P>Op advies van de ondernemingsraad wordt duurzame inzetbaarheid ook meegenomen in de beoordelings- en functioneringsgesprekken. En dan niet alleen voor de 45-plussers, zegt De Roo. "Duurzame inzetbaarheid moet je niet alleen bespreken met de oudere werknemers, juist niet. Over dat onderwerp moet je vanaf het begin in gesprek gaan." Daar moet overigens niet te makkelijk over wordend gedacht, waarschuwt De Roo. "Albert Heijn is een bedrijf met 100 duizend medewerkers uit ruim honderd verschillende culturen. Eén formuliertje voor honderd culturen werkt niet. De één ziet praten over hoe je je toekomst ziet – binnen of buiten het bedrijf – als een kans, de ander ervaart dat als een bedreiging. Daar denken we dus nog goed over na."</P>