Liefst een kort lijntje

Grote, complexe reorganisaties. Ze zorgen voor veel stress bij personeel, en ook bij de ondernemingsraad. Want die moet vaak snel advies uitbrengen. Hoe zorg je ervoor dat je toch grip op de zaak houdt?

<P>Veel ondernemingen hebben een toezichthoudend orgaan. Bij vennootschappen is dat een raad van commissarissen (RvC), bij stichtingen en verenigingen een raad van toezicht (RvT). Deze organen hebben in de eerste plaats tot taak toezicht te houden op het beleid en de algemene zaken van de onderneming. In de tweede plaats moeten toezichthouders voor bepaalde besluiten goedkeuring verlenen voordat het bestuur of de directie een besluit mag nemen. Dit volgt uit de wet of de statuten van de onderneming. Voor bepaalde beslissingen, zoals de benoeming of het ontslag van een bestuurder, is de toezichthouder zelf de beslissende partij. <br> In de praktijk rijst de vraag of de toezichthouder rechtstreeks contact moet onderhouden met de or. De WOR-bestuurder voert als eerste het overleg met de or, de toezichthouders zien van een afstand toe. Maar uit wet, rechtspraak en praktijk valt af te leiden dat zij in bepaalde omstandigheden contact met de or moeten onderhouden. Dit is van belang omdat de or zo kan vernemen hoe de toezichthouders tegen een aangelegenheid aankijken. Misschien nog wel belangrijker is dat de toezichthouders de or kunnen gebruiken om te toetsen of de informatie die zij van de bestuurder krijgen wel klopt. </P> <P><B>Regelgeving </B><br> In de WOR is geregeld dat (een lid van) de RvC/RvT aanwezig moet zijn bij een overlegvergadering waar de algemene gang van zaken wordt besproken en waar een adviesaanvraag op de agenda staat. In de corporate governance-code is alleen opgenomen dat de RvC in zijn reglement moet bepalen hoe hij de contacten met onder meer de ondernemingsraad onderhoudt en dat de voorzitter van de RvC daarop moet toezien. In de Zorgbrede Governance-code staat dat de RvT afhankelijk is van de RvB inzake de informatievoorziening en dat het vanwege de onafhankelijke positie van de RvT van belang is om afspraken te maken over hoe de RvT andere informatiebronnen, waaronder de or, kan raadplegen. <br> Onze waarneming is dat de praktijk heel divers is. In sommige ondernemingen is er nauwelijks contact tussen or en toezichthouders, in andere alleen tijdens de overlegvergadering in aanwezigheid van de bestuurder. Soms bestaat er een afspraak tussen or en RvT om elkaar een keer per jaar gezamenlijk te treffen. Ook komen we wel tegen dat de voorzitter RvC/RvT en de voorzitter or hebben afgesproken elkaar te kunnen bellen als dat nodig is. </P> <P><B>Rechtspraak</B><br>Het is van belang om te wijzen op ontwikkelingen die waar te nemen zijn in de beperkt beschikbare rechtspraak. Deze wijzen erop dat het juist bij problemen binnen een onderneming vereist is dat een toezichthouder actief wordt en de verantwoordelijkheid neemt die bij zijn taak hoort. We zullen dit duidelijk maken aan de hand van drie voorbeelden uit de rechtspraak.<br><br> <I>1. Slecht functionerende top</I><br> Een ondernemingsraad van een Riagg vond dat het topmanagement niet goed functioneerde. De or kreeg een adviesaanvraag over een structuuraanpassing. De or vond dat de oplossing niet moest worden gezocht in een structuuraanpassing maar in het wegnemen van het eigenlijke probleem: het functioneren van de top. De or wilde daarom dat de RvT vertegenwoordigd zou zijn tijdens de overlegvergadering waarin deze adviesaanvraag aan de orde kwam. De RvT wenste niet met de or in contact te treden, met als reden dat hij zich niet met inhoudelijke organisatorische zaken bemoeit. De Ondernemingskamer was van oordeel dat de RvT zich met deze opstelling ten onrechte aan de inhoudelijke discussie had onttrokken. <br><br> <I>2. Conflict bestuurder-cliëntenraad </I><br> Tussen een bestuurder en een cliëntenraad was een conflict ontstaan, waarbij de bestuurder op een bepaald moment eenzijdig het overleg had opgeschort. Meerdere malen heeft de cliëntenraad de RvT verzocht om in te grijpen. Die gaf aan dat bestuurder en cliëntenraad er samen uit moesten zien te komen. <br> De Ondernemingskamer was zeer kritisch over de terughoudende opstelling van de RvT. De (voorzitter van de) RvT had zich, juist op het moment dat er een conflict speelde, actiever moeten opstellen.<br><br> <I>3. Verkoop onderneming</I><br> Bij de verkoop van een onderneming aan een private equity-investeerder is het gebruikelijk dat de koper wil dat het topmanagement ook aandelen koopt. Als de topmanagers ook zelf aandeelhouder zijn, zullen zij er eens te meer voor zorgen dat alle beslissingen de aandeelhouderswaarde ten goede komen. <br> De Ondernemingskamer heeft aangegeven dat het in zo’n situatie met name de RvC moet zijn die het belang van de te verkopen vennootschap moet bewaken. De RvB krijgt als toekomstig medeaandeelhouder een eigen belang. De RvC kan zich dus niet verschuilen achter het ‘huiswerk’ van de RvB, maar zal zelf kritisch moeten nagaan of het besluit en de condities waaronder dat plaatsvindt in het belang zijn van alle belanghebbenden die betrokken zijn bij de onderneming. Contact met de ondernemingsraad is dan ook zeer nuttig, om na te gaan hoe de belangenvertegenwoordiger van het personeel er tegenaan kijkt.</P> <P><B>Mogelijkheden or</B><br> Wij vinden dat het van belang is dat een or ook met de toezichthouders contacten onderhoudt. Er zijn in de regelingen voldoende aanknopingspunten om duidelijk te maken dat hier inhoud aan moet worden gegeven. Het is daarbij wel zaak dat de ondernemingsraad voldoende rekening houdt met de rol en taak van de toezichthouders. In het publieke debat is de laatste tijd wel het beeld ontstaan dat er bij goed functionerende toezichthouders nooit meer sprake zou kunnen zijn van problemen binnen ondernemingen. Dat is echter een miskenning van de werkelijkheid en van de beperkingen die kleven aan de positie van toezichthouders. Het bestuur leidt de onderneming, de toezichthouders bewaken de koers van een afstand mee. De rechtspraak maakt duidelijk dat een actieve opstelling van toezichthouders wordt verwacht wanneer zij duidelijke signalen krijgen van bijvoorbeeld de ondernemingsraad dat er iets aan de hand is. <br> Voor een ondernemingsraad is het daarom belangrijk om de contacten met de RvC/RvT goed te doseren. Het is raadzaam om een tweesporenbeleid te volgen. Aan de ene kant moet er algemeen contact zijn met de toezichthouders over lopende zaken. Hierbij volstaat meestal de aanwezigheid van een lid van de RvC/RvT in een overlegvergadering waarbij ook de bestuurder aanwezig is. Aan de andere kant moet er buiten de bestuurder om een open lijn zijn tussen or en RvC/RvT, bijvoorbeeld door een jaarlijkse bijeenkomst tussen beide organen en/of door (informele) contacten tussen de voorzitter RvC/RvT en de voorzitter or. De ondernemingsraad moet van dat laatste kanaal alleen gebruik maken als het echt nodig is, dus als er werkelijk iets aan de hand is binnen de onderneming.</P> <P><B>Taak toezichthouder</B><br>Wij zijn van mening dat een RvC/RvT die geen contacten met de or wil onderhouden of niet open staat voor contacten met de or buiten de bestuurder om, tekortschiet in de uitoefening van zijn wettelijke en statutaire taken. De toezichthouder moet onafhankelijk van het bestuur opereren. In lijn hiermee moeten de toezichthouders de mogelijkheid bieden om hen rechtstreeks te benaderen. Het mag duidelijk zijn dat de toezichthouder niet de bestuurder is, maar als uit signalen van de or blijkt dat er een probleem is waar handelen vereist is, kan en mag de RvC/RvT zich niet verschuilen achter het feit dat hij ‘slechts’ toezichthouder is. Een goed functionerende RvC/RvT gebruikt de informatie die hij van de or krijgt als een graadmeter voor de juistheid van de informatie die hij van de bestuurder krijgt.</P><P><B>Conclusie</B><br> De WOR-bestuurder is het eerste aanspreekpunt voor de ondernemingsraad. Dat neemt niet weg dat contact met het toezichthoudend orgaan binnen de onderneming in sommige situaties noodzakelijk is, zowel voor de toezichthouder als voor de ondernemingsraad. Het is daarom van belang goede afspraken te maken over hoe ondernemingsraad en toezichthouders contact met elkaar onderhouden.</P>

Lees meer over

Annette Terpstra is advocaat arbeidsrecht en medezeggenschap bij Sprengers Advocaten in Utrecht. Ze verzorgt de rubriek Durf te Vragen in OR magazine.

Onderwerpen aanpassen

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.